Verplichtingen voor gebouwbeheersystemen in EPBD

Uiteindelijk zullen de voorschriften uitgebracht door de individuele lidstaten bepalend zijn, maar in afwachting van deze voorschriften kan al getracht worden om op basis van de beschikbare informatie zo goed mogelijk rekening te houden met de directieve bij het voorschrijven van de gebouwbeheersystemen in grote (>= 290 kW thermisch vermogen) niet-residentiële gebouwen. De algemene omschrijving van de BACS vereisten in de EPBD richtlijn kan als eerste benadering gebruikt worden. Ook de ‘BACS Compliance Verification Checklist’ voorzien door eu.bac en de checklijst beschikbaar gesteld door RVO kunnen eventueel als bijkomende leidraad worden gehanteerd.

Los van het regelgevend aspect en de daaraan verbonden verplichtingen, zijn de in de richtlijn vooropgestelde vereisten inhoudelijk natuurlijk ook een zeer relevante inspiratiebron bij het voorschrijven van (gebouwbeheersystemen binnen) een Smart Building. Gezien de oorsprong van de richtlijn ligt de focus op het aspect energie-efficiëntie, maar er wordt bijvoorbeeld ook uitdrukkelijk aandacht gevestigd op de rol die een BACS kan spelen op vlak van interoperabiliteit, wat een belangrijk aandachtspunt is binnen slimme gebouwen. Ook voor kleinere (<290 kW) niet-residentiële gebouwen en residentiële gebouwen kunnen de richtlijn en de checklijsten een interessante inspiratiebron zijn.

Merk trouwens op dat de Directieve in artikels 14 en 15, lid 5 de opening laat om ook voor residentiële gebouwen gelijkaardige eisen op te leggen (de lidstaten moeten het niet doen, maar mogen wel). Bovendien legt de Directieve ook aan de lidstaten op om een verplichte regelmatige inspectie en keuring van verwarmings- en koelinstallaties van meer dan 70 kW op te leggen, maar is het tegelijk toegelaten om desgewenst (d.w.z. indien de lidstaat die uitzondering wenst in te voeren in zijn regelgeving) die verplichte inspectie te vervangen door een adequaat[1] gebouwbeheersysteem. Ook in die zin kan het mogelijk lonend zijn om een regelsysteem te voorzien dat zo sterk mogelijk overeenstemt met wat in de EPBD wordt beoogd.

[1] Voor niet-residentiële gebouwen betreft dit een systeem dat voldoet aan bovenstaande beschrijving uit lid 4. Voor residentiële gebouwen worden volgende eigenschappen beschreven in lid 5 van artikels 14 en 15:

“Uitgerust zijn met:

  1. a) de functie van permanent elektronisch toezicht waarmee het rendement van de systemen wordt gemeten en de eigenaren of beheerders van het gebouw worden geïnformeerd wanneer het rendement aanzienlijk is gedaald en wanneer onderhoud aan het systeem noodzakelijk is, en
  2. b) doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie, -opslag en optimaal energieverbruik te waarborgen.”

Ga terug naar overzicht