9.1     Media en elektromagnetische golven

Om digitale connectiviteit toe te laten, moeten toestellen op een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Dit kan via een zogenaamd communicatiemedium.

Een eerste manier om digitaal te communiceren is door zender en ontvanger met elkaar te verbinden via een kabel. Deze kabel moet toelaten om een elektromagnetisch signaal door te sturen. Hierbij kan ruwweg het onderscheid gemaakt worden tussen kabels gebaseerd op:

  • elektrische signalen (bv. via getwiste koperparen, coaxiale kabel, …)
  • optische signalen (bv. via glasvezelkabel)

Een tweede manier is om de informatie draadloos door te sturen. Hierbij wordt het digitale signaal op een draaggolf geplaatst die vervolgens draadloos uitgestuurd wordt. Het uitgestuurde signaal kan men onderscheiden op basis van de frequentie (of equivalente golflengte) van de draaggolf:

  • radiogolf en microgolf signalen: 30 Hz (10000 km) tot 300 GHz (1 mm)
  • infrarood signalen: 300 GHz (1 mm) tot 405 THz (740 nm)
  • zichtbaar licht signalen: 405 THz (740 nm: rood) tot 790 THz (380 nm: violet)

Ga naar volgende artikel: Het elektromagnetische spectrum
Keer terug naar de inhoudsopgave