Langetermijnkosten
Bij het opstellen van een business case is het belangrijk om rekening te houden met zowel kosten op de korte termijn als deze op de langere termijn. De langetermijnkosten tijdens de levensduur van het gebouw (OPEX of ‘Operating Expenditures’: operationele uitgaven) zullen vaak hoger zijn dan de initiële investeringskosten (CAPEX of ‘Capital Expenditures’) en moeten dus zo goed mogelijk ingeschat worden om tot een realistische business case te komen. Ook bij het vergelijken van commerciële aanbiedingen is het belangrijk om naar de totale kost (CAPEX én OPEX) te kijken over de gewenste levensduur.
De levensduur van een gebouw is typisch langer dan die van de technische systemen die erin voorzien worden. Afhankelijk van de keuze van het technische systeem (duurzaamheid, aanpasbaarheid, ondersteuningstermijn, …) zullen er dus meerdere onderhoudsinterventies, upgrades en vervangingen noodzakelijk zijn. In het bijzonder voor softwaresystemen is dit een belangrijk aandachtspunt. De meeste software evolueert immers relatief snel en heeft vaak nood aan updates, denk bijvoorbeeld aan veiligheidsupdates of aanpassingen vereist bij versieveranderingen van onderliggende software zoals het besturingssysteem. Zeker voor software die op lokale hardware (in het gebouw) geïnstalleerd wordt (in tegenstelling tot ‘cloud’ oplossingen), is dit belangrijk.
Een mogelijke manier om onzekerheid over deze kosten te vermijden is om te werken met servicecontracten (aaS: ‘as a service’) waarbij men een externe aanbieder betaalt (bv. per jaar of per maand) voor het verzekeren van (een gedeelte van) de dienstverlening en alle acties die hiervoor noodzakelijk zijn. Een voorbeeld van een aaS model op infrastructuurniveau is het gebruik van een clouddienst in plaats van serverinfrastructuur in eigen beheer. Een voorbeeld van een aaS model op gebouwniveau is het werken met DBFM(O)[1] en EPC[2] contracten. Bij alle vormen van aaS, kunnen afspraken gemaakt worden met de aanbieder over de vereiste dienstverlening (Service Level Agreement: SLA). Het naleven van deze afspraken kan geëvalueerd worden via gekozen parameters (Key Performance Indicators: KPI’s).
Praktijkcases lezen waar met het ‘as a service’-model gewerkt wordt? Lees verder door te drukken op de link.
[1] Het DBFM handboek van de Vlaamse Overheid definieert: “Een DBFM-overeenkomst is een overeenkomst tussen een opdrachtgevende overheid en een private opdrachtnemer, waarbij deze laatste het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance) en het onderhoud (Maintain) van een infrastructuurwerk of gebouw voor zijn rekening neemt, en daarvoor betaald wordt met een prestatieafhankelijke, periodieke beschikbaarheidsvergoeding.” Bron: (Van Gestel, Van Garsse, Paquay, & Gauderis, 2019). ‘O’ staat voor ‘Operate’ (Beheer en exploitatie).
[2] Directieve 2012/27/EU definieert een EPC of energieprestatiecontract als volgt: “een contractuele regeling tussen de begunstigde en de aanbieder van een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie, die tijdens de gehele looptijd van het contract wordt geverifieerd en gecontroleerd, waarbij de investeringen (arbeid, leveringen of diensten) zodanig worden betaald dat ze in verhouding staan tot de contractueel vastgelegde mate van verbetering van de energie-efficiëntie of een ander overeengekomen prestatiecriterium, zoals financiële besparingen”
Ga naar volgende artikel: Aanwezige data slim gebruiken
Keer terug naar de inhoudsopgave



