Ready2Services
Wat is het?
Ready2Services of R2S is een referentieel dat zijn oorsprong vindt in Frankrijk via een samenwerking tussen de Smart Buildings Alliance (SBA), de alliantie HQE-GBC (Haute Qualité Environnementale, Green Building Council), Certivéa en Cerway[1]. Het initiële R2S-label is enkel van toepassing op niet-residentiële gebouwen, maar ondertussen is er ook een variant voor residentiële gebouwen (‘R2S Residential’).
[1] In Frankrijk wordt het label toegekend door Certivéa, in andere landen door Cerway, de internationale tak van Certivéa. Certivéa is op haar beurt onderdeel van het Franse CSTB (Centre Scientifique et Technique du Bâtiment).

Hoe werkt het?
Het R2S-label geeft een score die gebaseerd is op een aantal vereisten, verdeeld over zes thema’s. Volgende thema’s worden beoordeeld bij de berekening van de score voor het ‘basis’ R2S-label voor niet-residentiële gebouwen: connectiviteit, netwerk architectuur, toestellen en interfaces, digitale veiligheid, verantwoordelijk management en diensten (zie Figuur 5).

De score is een weergave van de mate waarin een gebouw technologisch klaar is voor het aanbieden van slimme diensten of ‘smart services’. Hierbij ligt de focus op het ‘Smart Network’ dat als ruggengraat van het slimme gebouw de verschillende diensten mogelijk maakt. De vereisten zijn grotendeels technisch, maar er wordt ook aandacht besteed aan andere belangrijke aspecten zoals de uitbating van het systeem en het beheer van de datastromen. De score die uit de berekening volgt, gelegen tussen 0% en 100%, wordt vertaald in een rangschikking gebruik makend van sterren (0 tot en met 3 sterren, zie Figuur 6). Om het label te krijgen, moet je minstens aan het basisniveau voldoen. Dat wil zeggen dat je aan alle basisvoorwaarden moet voldoen en minstens 20% van de punten moet halen.

Binnen het R2S-raamwerk worden drie onafhankelijke lagen gedefinieerd:
- Applicatielaag: diensten (‘services’)
- Communicatielaag: ‘Smart Network’
- Hardware laag: ecosystemen van toestellen
Het definiëren van de onafhankelijke lagen biedt het gebouw grote flexibiliteit en schaalbaarheid.
Een basisvoorwaarde voor het kunnen toekennen van het R2S-label is de aanwezigheid van een zogenaamd ‘Smart Network’. Dit is een Ethernet/IP gebaseerd netwerk binnen het gebouw dat als volgt gedefinieerd wordt:
“The “Smart Network” is the unifying network of an R2S building, service oriented (SOA) and using the IP protocol. It is secured and exclusively uses the Ethernet standard on the local network and the Internet standard from the exterior of the building. The hardware ecosystems, whatever their protocol, communicate on the Smart Network using APIs or web services exposed on the Smart Network and on the World Wide Web.”
Er wordt dus vereist dat de verschillende gebouwsystemen op applicatielaag niveau (API, web services) kunnen communiceren. API staat voor ‘Application Programming Interface’ en is een manier om softwarecomponenten met elkaar te laten communiceren. Het ‘Smart Network’ kan een afzonderlijk fysiek netwerk zijn of kan gebruik maken van een reeds bestaande IT-infrastructuur. Typisch zal met VLAN’s (‘Virtual LAN’) gewerkt worden voor de verschillende systemen die van het ‘Smart Network’ gebruik maken. Door het definiëren van routeringsregels tussen deze VLAN’s (‘inter-VLAN routing’) kunnen de verschillende systemen met elkaar communiceren. VLAN’s laten ook toe om het ‘Smart Network’ logisch gescheiden te houden van andere netwerken op dezelfde fysieke infrastructuur, zoals bijvoorbeeld netwerken gebruikt door de gebouwgebruikers. Systemen die niet gebaseerd zijn op Ethernet/IP (bv. KNX of Bluetooth) kunnen op het ‘Smart Network’ aangesloten worden via een gateway[1].
Het ‘basis’ R2S-label wordt in de markt gezet als een eerste stap om gebouwen meer ‘smart ready’ te kunnen maken. De focus ligt op het bouwen van een ‘Smart Network’, om een vlotte en veilige interoperabiliteit tussen de verschillende systemen binnen het gebouw toe te laten. Het ‘Smart Network’ vormt de basisinfrastructuur (‘backbone’) die het mogelijk maakt om allerhande diensten te kunnen implementeren. Afgezien van energiemonitoring, wat gezien wordt als een must-have voor alle gebouwen, vermeldt de ‘basis’ R2S-specificatie voor niet-residentiële gebouwen geen specifieke diensten.
Via extensies van het R2S-label kan wel dieper ingegaan worden op specifieke diensten. Op het moment van publiceren zijn de 4GRIDS en 4MOBILITY extensie reeds beschikbaar. De 4GRIDS-extensie (link) legt de focus op diensten rond energiebeheer, terwijl de 4MOBILITY extensie (link) dieper ingaat op laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. In de toekomst zouden er nog bijkomende extensies gepubliceerd worden (zie Figuur 7). Tot slot is het relevant om te vermelden dat er ook reeds een referentiekader ‘R2S Connect’ gepubliceerd werd (link). R2S Connect is bedoeld als kader voor het specificeren van de gebruikte API’s binnen een gebouw.
[1] In de R2S-specificatie wordt opgelegd dat binnen deze systemen de geldende standaarden moeten gerespecteerd worden.
Because of the upcomming quantity of different participators in the Smart Network we should talk about multiple VLAN with defined rules between Vlan’s [mi1]

Er wordt een update van de ‘basis’ R2S-specificatie verwacht, waarin de ervaringen uit de eerste jaren van toepassing van het label zullen verwerkt zitten. Een van de aanpassingen die verwacht worden, is de uitbreiding van het hoofdstuk rond ‘diensten’.
Ga naar ‘Welke rol kan het spelen in het realiseren van Smart Buildings’
Ga terug naar overzicht

