9.3     Basisprotocollen

9.3.2       Wi-Fi

Wi-Fi is een merknaam van de Wi-Fi Alliance die instaat voor het certifiëren van producten die de IEEE 802.11 familie van standaarden implementeren. 802.11 kan gezien worden als de draadloze tegenhanger van 802.3 (Ethernet) en wordt dus gebruikt om meerdere toestellen draadloos met elkaar te verbinden.

Net als Ethernet, omvat Wi-Fi de fysieke (laag 1) en datalink (laag 2) lagen van het OSI model. Een belangrijk verschil is dat bij Wi-Fi het fysieke medium (draadloos spectrum) gedeeld wordt tussen alle verbonden toestellen via een halfduplex communicatiesysteem. Om te vermijden dat toestellen op hetzelfde moment informatie zouden zenden, wordt de CSMA/CA (Carrier-Sense Multiple Access with Collision Avoidance) methode gebruikt in de MAC laag.

802.11 standaarden maken gebruik van frequenties zoals weergegeven in onderstaande tabel. Deze banden worden verder onderverdeeld in kanalen die een bandbreedte kunnen hebben van 20 tot 160 MHz. De hoogste kanaalbandbreedtes zijn enkel beschikbaar bij gebruik van de 5 GHz banden. Haalbare snelheden hangen af van de gebruikte bandbreedte, de sterkte van het signaal en de hoeveelheid ruis en interferentie. Bij aanwezigheid van meerdere Wi-Fi netwerken en/of andere standaarden die dezelfde banden en kanalen gebruiken, kan de doorvoersnelheid sterk dalen door de verhoogde interferentie.

De 802.11 standaard kent verschillende varianten die vaak schuilgaan achter nogal cryptische naamgeving. De belangrijkste varianten hebben via de Wi-Fi Alliance een duidelijkere naam gekregen:

Ga naar volgende artikel: Internet Protocol (IP)
Keer terug naar de inhoudsopgave