Hoewel Smart Buildings als term vaak gebruikt wordt, is het opstellen van een sluitende definitie waarin iedereen zich kan vinden, geen sinecure. Een aantal aspecten keren steeds terug, maar subtiele nuanceverschillen kunnen toch een andere interpretatie toelaten. Hieronder zijn een aantal aspecten opgelijst die vaak worden gelinkt aan Smart Buildings (niet limitatief):

  • Data en monitoring: in gebouwen wordt steeds meer data gecapteerd (bv. via sensoren), centraal verzameld en geanalyseerd via een dataoplsag- en verwerkingsplatform (bv. lokaal of cloud-gebaseerd).
  • Geconnecteerdheid: een steeds terugkerend aspect is meer en meer componenten die vroeger los stonden van elkaar, verbonden worden
  • Interactie met gebruiker ‘user centric’: de gebruiker neemt steeds meer een centrale plaats in. Enerzijds moeten gebouwen in dienst staan van de gebruiker (user experience, comfort, veiligheid, …), anderzijds is er ook meer interactie met de gebruiker (via displays, mobile devices, people counting sensors, …)
  • Zelflerende systemen: zelflerende algoritmes kenden recent een sterke opgang, waardoor ook voor gebouwsystemen de toepassingen sterk zijn toegenomen
  • Evolutiviteit en updatebaarheid: van Smart Buildings wordt verwacht dat ze dynamisch mee kunnen evolueren in de tijd
  • Open platformen/protocollen/communicatie/diensten: Smart Buildings worden geassocieerd met het ideaal van open communicatie tussen componenten, waarbij componenten van verschillende fabrikanten vlot met elkaar kunnen samenwerken
  • Nieuwe business modellen: Smart Buildings laten toe om nieuwe en innovatieve diensten aan te bieden of om bestaande diensten te verbeteren. Hiervoor kunnen nieuwe business modellen gebruikt worden.
  • Smart Cities en Smart Districts: via gebouwoverschrijdende toepassingen kunnen voordelen ontstaan op wijk- of stadsniveau (bv. energiemanagement, mobiliteitsoplossingen, …)